Muziek bestaat uit twee basiselementen: klank en stilte. In de eerste twee lessen van deze reeks leren we die klanken en stiltes precies te meten. Dat is belangrijk, want de exacte duur van de tonen bepaalt het karakter van de muziek. (Probeer het maar: zing een melodie die je kent en verander naar believen de duur van een paar tonen … dan is het niet meer helemaal dezelfde melodie, toch?)
Nootwaarden
Nootwaarden zijn de basissymbolen die aangeven hoe lang of kort een toon is. Deze symbolen kunnen uit maximaal drie delen bestaan: de nootkop, de stok en de vlag:

Door een van die drie delen te veranderen, kunnen we verschillende duren noteren, die we in de muziek nootwaarden noemen. Dit is bijvoorbeeld de hele noot (in het Brits-Engels semibreve):

Ze heeft geen stok en geen vlag, en haar kop is niet ingekleurd maar open. Vergeleken met alle andere nootwaarden is ze de langste. Hoe lang ze precies klinkt, hangt wel af van een aantal andere factoren die we later leren kennen. Voorlopig gaat het ons alleen om de relatieve waarde van elke noot – dus om haar duur vergeleken met alle andere.
Alle andere nootwaarden ontlenen hun naam trouwens aan de hele noot.
Dit is de halve noot (in het Brits-Engels minim), en die duurt half zo lang als de hele noot.

Dat betekent: 2 halve noten duren even lang als 1 hele noot.

Daarna komt de kwartnoot (in het Brits-Engels crotchet). Het symbool lijkt op de halve noot, alleen is de kop ingekleurd. Haar waarde is een kwart van de hele noot:

Dus duren 4 kwartnoten even lang als 1 hele noot.

Dan volgt de achtste noot (in het Brits-Engels quaver). Haar relatieve duur is een achtste van de hele noot. Het symbool lijkt op de kwartnoot, maar heeft daarnaast een vlag.

En natuurlijk zijn 8 achtste noten samen een hele noot.

Daarna komt de zestiende noot (in het Brits-Engels semiquaver). Haar relatieve duur is een zestiende van de hele noot. Ze ziet eruit als de kwartnoot, maar heeft twee vlaggen:

En 16 zestiende noten duren even lang als 1 hele noot.

In theorie kun je dit patroon eindeloos voortzetten. De volgende noot zou half zo lang zijn als de vorige, en haar symbool zou er een vlag bij krijgen. De noot daarna zou weer half zo lang zijn en nog een vlag meer hebben – enzovoort.
Tweeëndertigste noot:
(in het Brits-Engels demisemiquaver)

Vierenzestigste noot:
(in het Brits-Engels hemidemisemiquaver)

Wat er ook gebeurt in de muziek: de verhoudingen tussen de nootwaarden veranderen nooit. Zoals de boom van nootwaarden hieronder laat zien, is een hele noot evenveel waard als 2 halve noten; een halve noot is gelijk aan 2 kwartnoten, enzovoort. Dat betekent ook dat 4 kwartnoten samen een hele noot zijn – net als 8 achtste noten.
Wat er ook in de muziek gebeurt, deze verhoudingen blijven altijd hetzelfde. Ze vormen het fundament van het ritme:

In theorie kan dit patroon altijd doorgaan. Na 8 achtste noten komen 16 zestiende noten, 32 tweeëndertigste noten, 64 vierenzestigste noten, enzovoort. In de praktijk worden noten die korter zijn dan een tweeëndertigste noot wel veel minder vaak gebruikt dan de andere nootwaarden.
De punt
De verlengingspunt verlengt een nootwaarde met de helft van haar oorspronkelijke waarde. Een gepunteerde halve noot is bijvoorbeeld gelijk aan drie kwartnoten: twee van de halve noot zelf en één door de punt.

En de gepunteerde kwartnoot? Een kwartnoot alleen is 2 achtste noten waard. De punt voegt daar de helft van aan toe, dus 1 achtste noot. In totaal is de gepunteerde kwartnoot dus gelijk aan 3 achtste noten.

Deze formule kunnen we op elke gepunteerde nootwaarde toepassen. Een gepunteerde achtste noot is bijvoorbeeld gelijk aan drie zestiende noten.

En een gepunteerde hele noot is gelijk aan drie halve noten. Onthoud dat de verhouding tussen de nootwaarden nooit verandert. Dezelfde gepunteerde hele noot is dus ook gelijk aan 6 kwartnoten.

Rusten: de klank van de stilte
Voor elke nootwaarde die een klinkende duur weergeeft, bestaat er een symbool voor een even lange stilte. Die symbolen heten rusten, en ze zijn belangrijk, want muzikanten moeten niet alleen weten wat ze moeten spelen, maar ook wanneer en hoe lang ze moeten stoppen.
Hier is een tabel met de nootwaarden en de bijbehorende rusten.
Geen zorgen als deze symbolen helemaal nieuw voor je zijn. Je hoeft ze niet allemaal in één keer uit je hoofd te leren – gebruik deze tabel gewoon om iets op te zoeken. Je raakt er in een mum van tijd aan gewend!

En net als bij de nootwaarden kan het patroon van de rusten altijd verder gaan. Het volgende symbool zou de vierenzestigste rust zijn, en die zou nog een vlag meer hebben.
Onthoud ook dat de punt bij rusten precies zo werkt als bij noten:

Dat was deel 1 van de reeks ‘Noten leren lezen’. Vrij eenvoudig, toch? Oefen nu een beetje. Ben je er klaar voor, ga dan verder met deel 2: Hoe ritme echt werkt!