Notenzicht

Muziek leren, stap voor stap, met Matthew Ellul

Majeur of mineur herkennen: zo bepaal je de toonsoort

13 minuten

Majeur en mineur van elkaar kunnen onderscheiden is een belangrijke basisvaardigheid voor elke muzikant. Het is een van de eerste stappen waarmee je echt in de muziek kunt duiken en begrijpen hoe ze gemaakt is. Deze vraag krijg ik vrij vaak, dus laten we meteen beginnen.

Hoe herken je of een nummer of een stuk in majeur of mineur staat? Er zijn twee manieren om uit te zoeken of een nummer in majeur of mineur staat: op het gehoor en met je ogen. Op het gehoor let je op de majeur- of mineurklankkleur van de muziek. Bij het lezen van de noten zit het antwoord in de voortekening en in de manier waarop tonen en akkoorden gebruikt worden.

Dat klinkt vrij eenvoudig, maar het vraagt wat oefening, dus laten we naar de details kijken. Eerst bespreken we hoe je majeur en mineur herkent bij het lezen van de bladmuziek, en daarna hoe je ze op het gehoor herkent.

In dit artikel bekijken we ook waar toonsoorten eigenlijk vandaan komen. Ik raad je aan het helemaal te lezen, ook als je voortekeningen en toonladders al kent. Als je begrijpt waar ze vandaan komen, wordt het allemaal veel makkelijker!

Hoe je herkent of een nummer in majeur of mineur staat
Hoe je herkent of muziek in majeur of mineur staat

Majeur of mineur herkennen in de bladmuziek

We beginnen met het herkennen van een majeur- of mineurtoonsoort in de bladmuziek. Maar wat is eigenlijk een toonsoort?

Met het woord ‘toonsoort’ bedoelen we gewoon de majeur- of mineurtoonladder waarin we ons bevinden. Zoals je in de tabel verderop ziet, zijn er 12 majeurtoonsoorten en 12 mineurtoonsoorten. Waarom 12? Omdat elk van de 12 tonen in ons toonsysteem een keer aan de beurt komt om de eerste toon van een majeurtoonladder en de eerste toon van een mineurtoonladder te zijn. Elk daarvan is een toonsoort.

Hier is bijvoorbeeld de toonladder van A majeur (dus het patroon van de majeurtoonladder, beginnend op de toon A).

De toonladder van A majeur
De toonladder van A majeur

Als we nu muziek hebben die deze toonladder gebruikt, zeggen we: deze muziek staat in A majeur:

Thema uit Mendelssohns Italiaanse symfonie in A majeur
Mendelssohn: Symfonie nr. 4 – thema van het 1e deel in A majeur

En hier is de toonladder van a mineur (dus het patroon van de mineurtoonladder, beginnend op de toon A):

De toonladder van a mineur
De toonladder van a mineur

Als we kijken naar muziek die deze toonladder gebruikt, dan staat de muziek in a mineur:

Mendelssohn: Symfonie nr. 4 – thema van het 4e deel in a mineur
Mendelssohn: Symfonie nr. 4 – thema van het 4e deel in a mineur

Met het woord ‘toonsoort’ hebben we het dus gewoon over welke toonladder er op dat moment gebruikt wordt. Verandert de muziek van toonsoort, dan is de toonladder veranderd. Staan twee nummers in dezelfde toonsoort, dan betekent dat gewoon dat ze dezelfde toonladder gebruiken.

De voortekening: majeur of mineur?

Hoe zoeken we dus uit in welke toonsoort een muziekstuk staat? Daarvoor kijken we naar de bladmuziek en zien we hoe de tonen georganiseerd zijn. We moeten ook letten op kruisen en mollen, als die er zijn, want ze geven doorslaggevende aanwijzingen.

Gelukkig is het heel makkelijk om uit te zoeken welke kruisen of mollen een stuk gebruikt, want die staan meestal aan het begin van elke notenbalk (direct na de sleutel). Dat noemen we de voortekening.

De voortekening staat op elke notenbalk direct na de sleutel.
De voortekening staat op elke notenbalk direct na de sleutel.

Hier is een tabel van alle voortekeningen. Let op het volgende:

  • Er zijn 2 groepen toonsoorten: een met kruisen en een met mollen;
  • Elke voortekening geldt voor 2 toonsoorten: een majeur- en een mineurtoonsoort;
  • De voortekeningen volgen een mooi, regelmatig patroon. We beginnen met C majeur zonder kruis, gaan verder naar een toonsoort met 1 kruis, dan naar een met 2 kruisen enzovoort, tot we bij Cis majeur aankomen, waar alle tonen verhoogd zijn (dus 7 kruisen).
  • Bij de moltoonsoorten is het net zo: elke nieuwe toonsoort krijgt een mol meer, tot we bij Ces majeur met 7 mollen aankomen.
  • Misschien zie je nog andere patronen, maar op dit niveau is dit voorlopig genoeg.
Tabel van de voortekeningen
Tabel van de voortekeningen

Dat tweede punt is HEEL belangrijk voordat we naar de volgende stappen gaan. Elke voortekening hoort bij een majeurtoonsoort en een mineurtoonsoort.

Dat betekent dat de voortekening die we in de bladmuziek vinden, onze mogelijkheden beperkt tot 2 toonsoorten: een in majeur en een in mineur. Onze volgende stap is uitzoeken welke van de twee het is.

Waar komen voortekeningen vandaan?

Voortekeningen bestaan omdat majeur- en mineurtoonladders hun patroon van hele en halve tonen moeten behouden, op welke toon ze ook beginnen. Het patroon van de majeurtoonladder is bijvoorbeeld: hele toon, hele toon, halve toon, hele toon, hele toon, hele toon, halve toon.

Toevallig geeft dit patroon, als we op de toon C beginnen, precies alle witte toetsen van de piano:

De toonladder van C majeur gebruikt alleen de witte toetsen van de piano


De toonladder van C majeur gebruikt alleen de witte toetsen van de piano
De toonladder van C majeur gebruikt alleen de witte toetsen van de piano

Maar beginnen we op een andere toon, dan moeten we een of meer kruisen of mollen gebruiken. Beginnen we bijvoorbeeld op D, dan hebben we de tonen fis en cis nodig (in plaats van F en C) om het juiste patroon van hele en halve tonen te behouden. Met andere woorden: D majeur heeft 2 kruisen als voortekening, namelijk fis en cis.

De toonladder van D majeur
De toonladder van D majeur

Nog een voorbeeld. Als we op de toon bes beginnen en een majeurtoonladder willen hebben, merken we dat we voor het juiste patroon van hele en halve tonen 2 tonen moeten verlagen: de B zelf (die bes wordt) en de E (die es wordt). Met andere woorden: Bes majeur heeft 2 mollen als voortekening, namelijk bes en es.

De toonladder van Bes majeur
De toonladder van Bes majeur

Bij mineurtoonladders is het net zo. De kruisen of mollen zorgen ervoor dat het juiste patroon van hele en halve tonen behouden blijft. Aan dat patroon ontleent de toonladder haar onmiskenbare klank – haar eigen kleur. Als we het patroon zouden veranderen, zouden we de toonladder zelf veranderen.

Dus: majeur of mineur?

Goed, nu we de voortekening van een stuk kunnen herkennen, hoeven we alleen nog te beslissen of die voor de majeur- of de mineurtoonladder staat.

Daarvoor moeten we in de muziek zelf naar aanwijzingen zoeken. In het algemeen zijn de belangrijkste tonen en akkoorden in majeur- en mineurtoonsoorten:

  1. De tonica: de eerste toon van de toonladder en het akkoord dat daarop gebouwd is;
  2. De dominant: de vijfde toon van de toonladder en het akkoord dat daarop gebouwd is:
Toonladder van C majeur met tonica en dominant.
Toonladder van C majeur met tonica en dominant

Waarom deze akkoorden zo belangrijk zijn, is een onderwerp op zich, maar kort gezegd: samen verstevigen ze de tonica in haar rol als tonica. Met wat oefening herken je deze tonen en akkoorden in elke toonsoort meteen.

Tonica en dominant in de muziek herkennen helpt je om majeur en mineur heel snel te onderscheiden. Maar hier zijn eerst 5 tips om mee te beginnen:

  • Meestal is de eerste toon van de melodie ofwel de eerste toon van de toonladder (de tonica) ofwel de vijfde toon van de toonladder (de dominant).
  • Het eerste akkoord van een stuk is heel vaak het eerste akkoord van de toonladder (de tonica). Zo niet, dan is het het vijfde akkoord van de toonladder (de dominant).
  • Ook het laatste akkoord is meestal het eerste akkoord van de toonladder.
  • Let vooral op de bas. De eerste en/of de laatste toon van een stuk is meestal de tonica.
  • Als je vermoedt dat de toonsoort mineur is, zoek dan in de muziek naar de verhoogde 7e trap. ‘Verhoogde 7e trap’ betekent dat de 7e toon van de toonladder een halve toon verhoogd wordt. In e mineur zoek je bijvoorbeeld naar een dis (de verhoogde 7e toon vanaf E).

Voorbeelden en oefeningen

Nu zetten we deze tips op de proef! Hier hebben we 4 korte pianostukjes. We beginnen met 2 eenvoudige maten uit een menuet van Bach. Is dit een majeur- of een mineurtoonsoort?

Bach: Menuet
Bach: Menuet

De voortekening laat maar één kruis zien. Volgens onze tabel van de voortekeningen betekent dat ofwel G majeur ofwel e mineur. Als je goed naar de tonen kijkt, kan er geen twijfel over bestaan dat het G majeur is:

  1. De eerste twee tellen geven de tonen van G majeur aan: G – B – D.
  2. De tonen op de 3e tel van de eerste maat zijn D – fis – A. Dat is het akkoord van D majeur (en het is het dominantakkoord van G).
  3. De tweede maat bestaat alleen uit tonen van het akkoord van G majeur.

Al met al wijst elke toon op de toonsoort G majeur. De oranje cijfers in het notenbeeld hieronder komen overeen met de punten hierboven:

Aanwijzingen voor G majeur
Aanwijzingen voor G majeur

Zelfs in zo weinig muziek werken de tips die we over tonica- en dominantakkoorden geleerd hebben.

Daarna hebben we 8 maten uit een kort pianostuk van Haydn. Welke toonsoort is het?

Haydn: Nr. 6 uit 12 makkelijke stukken voor piano
Haydn: Nr. 6 uit 12 makkelijke stukken voor piano

Er staan geen kruisen of mollen in de voortekening. Volgens onze tabel van de voortekeningen betekent dat ofwel C majeur ofwel a mineur. Er zijn geen aanwijzingen voor a mineur, maar wel veel voor C majeur:

  1. Het eerste akkoord is C majeur, met de toon C zelf in de bas.
  2. De laatste tonen zijn twee keer C – een in de bas en een in de bovenstem.
  3. De bastoon voor die laatste C is zijn eigen kwint: G (let op: hier wordt naar de fa-sleutel gewisseld). Een slot waarbij de kwint naar de grondtoon gaat, is in elke toonsoort een sterke aanwijzing.
  4. Ook de eerste frase, die in maat 4 eindigt, sluit af op het akkoord van C.
Haydn: Nr. 6 uit 12 makkelijke stukken voor piano – aanwijzingen voor C majeur
Aanwijzingen voor C majeur

Hier is nog een fragment. Dit komt uit Schumanns Album voor de jeugd. Majeur of mineur?

Schumann: Nr. 7 uit het ‘Album voor de jeugd’

De voortekening laat 1 mol zien. Volgens onze tabel van de voortekeningen betekent dat dat dit stuk ofwel in F majeur ofwel in d mineur staat. Er zijn geen aanwijzingen voor d mineur, maar wel een hele reeks voor F majeur:

  1. De opmaat is de toon C, die naar F gaat. Daar is ze weer, de relatie van vijf naar één! Want als F de eerste toon is, is C de 5e. Zoals we gezien hebben, bevestigt dat alleen al F majeur. En bovendien gaat de melodie daarna nog twee keer van C naar F.
  2. In de 3e maat klinken de tonen van F majeur gebroken, als arpeggio.
  3. De tonica F majeur leidt in de 4e maat naar het dominantakkoord van F (dus C majeur).
Aanwijzingen voor F majeur
Aanwijzingen voor F majeur

Daarna hebben we de eerste 2 frasen uit een kort stuk van Tsjaikovski. Majeur of mineur?

Tsjaikovski: De begrafenis van de pop uit het Kinderalbum op. 39
Tsjaikovski: De begrafenis van de pop uit het ‘Kinderalbum op. 39’

De voortekening bestaat uit 3 mollen. Volgens onze tabel van de voortekeningen betekent dat dat deze muziek ofwel in Es majeur ofwel in c mineur staat. Het zou duidelijk moeten zijn dat hier alles op c mineur wijst:

  1. Het eerste akkoord is c mineur (de tonen C – es – G), met de toon C zelf als laagste toon in de bas.
  2. De eerste frase eindigt in maat 4 weer op c mineur, en daarvoor staat het akkoord van G (zijn dominant).
  3. De toon bes wordt een halve toon verhoogd tot B. Precies dat zouden we in c mineur verwachten – de verhoogde 7e toon.
  4. Als we in c mineur zijn, eindigt het fragment op het dominantakkoord (G majeur). Zoals we al gezien hebben, is dat een heel gewoon akkoord om een muzikale frase mee af te sluiten.
Aanwijzingen voor c mineur
Aanwijzingen voor c mineur

En hoe zit het met de fis in de bas in maat 7? Die toon hoort niet bij de toonsoort c mineur – betekent dat dat onze conclusie fout is?

Nee, we zitten niet fout. Ondanks de fis zijn we nog steeds in c mineur. Dat is een kwestie van harmonie. Zonder al te veel in detail te gaan: de taak van die fis is de trek naar het doelakkoord G majeur te versterken. Het akkoord van G majeur zelf hoort nog steeds bij onze hoofdtoonsoort c mineur.

Zoals je ziet, zitten de aanwijzingen of een stuk in majeur of mineur staat altijd in de noten. Zoek de tonica en haar dominant, en je kent de toonsoort.


Majeur of mineur herkennen op het gehoor

Ook hier is het vooral een kwestie van oefening. Dat betekent niet dat het jaren gaat duren! Het betekent alleen dat je een tijdlang elke dag 15 tot 30 minuten gehooroefeningen moet doen.

Misschien heb je al eens gehoord dat majeur vrolijk is en mineur verdrietig, maar dat is te simpel gesteld. Ik weet dat deze mening niet erg populair is, maar intervallen en toonladders beschrijven met stemmingen en gevoelens zet je op het verkeerde been. Het legt een onnodige, oppervlakkige laag over het luisteren naar muziek. In plaats van ons te laten afleiden door de vraag of een toonladder ‘vrolijk’ of ‘verdrietig’ is, zouden we moeten luisteren of ze werkelijk majeur of mineur is.

Klanken zijn als kleuren. We kennen de kleur rood gewoon als ‘rood’ (zonder haar te omschrijven als fel, gevaarlijk of wat dan ook) en de kleur blauw gewoon als blauw (zonder bijvoeglijke naamwoorden als rustig, golvend of wat dan ook).

Op dezelfde manier heeft majeur een bepaalde klankkwaliteit (een soort klankkleur) en mineur een andere, en precies die moeten we op het gehoor leren herkennen.

Majeur- en mineurdrieklanken herkennen

De eerste stap is het verschil tussen majeur- en mineurdrieklanken te herkennen. Zoals je misschien uit de muziektheorie weet, zit het verschil in de terts. Kijk naar dit voorbeeld: de drieklank C majeur bestaat uit de tonen C – E – G, de drieklank c mineur daarentegen uit de tonen C – es – G. Alleen de terts verandert:

Vergelijking van de drieklank C majeur met de drieklank c mineur
Vergelijking van de drieklank C majeur met de drieklank c mineur

Om het horen en vergelijken van majeur- en mineurdrieklanken te oefenen, kun je ze spelen op een keyboard of piano, als je die hebt, of een online-app gebruiken zoals teoria.com.

Majeur- en mineurtoonladders herkennen

Zodra dat redelijk goed lukt, oefen je met het horen van de toonladders zelf. Speel en zing majeur- en mineurtoonladders op een toetsinstrument en raak gewoon gewend aan hun klank. (Het zingen is belangrijk, omdat je de klanken zo verinnerlijkt, en dat helpt je gehoor enorm.)

Ga ook hier weer naar een online-app zoals teoria.com en test jezelf met de toonladders. Het doel is niet om alles goed te hebben en de app zo snel mogelijk weer te verlaten. Het gaat erom je oor in de klanken onder te dompelen en er steeds vertrouwder mee te raken.

Het kan een paar weken of maanden duren, maar daarna kun je majeur- en mineurtoonladders je hele leven lang van elkaar onderscheiden.