In deze les verkennen we het alfabet van de muziek met behulp van het pianoklavier. Laten we eerst naar deze afbeelding kijken. Zie je een patroon in de manier waarop de toetsen geordend zijn?

Het patroon bestaat uit 12 verschillende toetsen en herhaalt zich naar boven en naar beneden. Hier zie je het één keer: het bestaat uit 7 witte en 5 zwarte toetsen. Natuurlijk is elk van die toetsen een andere toon.

De 7 witte toetsen zijn genoemd naar letters – te beginnen bij de A: A, B, C, D, E, F en G. Na de G begint het patroon opnieuw en komen we weer uit bij een A. (Let op: in het Duits heet de toon B ‘H’. In het Nederlands en het Engels heten de witte toetsen gewoon A tot en met G, precies zoals in de afbeelding.)

Voortekens
De zwarte toetsen krijgen hun naam met een van 2 tekens, de zogenoemde voortekens: het kruis (♯) of de mol (♭). Het kruis verhoogt een toon met één toets (je kunt ook zeggen: met één stap). Het teken lijkt op een hashtag, maar is niet helemaal hetzelfde:

Als we dus de toon C nemen en die met een kruis verhogen, komen we uit op de zwarte toets er direct boven. Die toon noemen we cis. Zetten we een kruis voor de toon F, dan komen we op de toon direct erboven en noemen we die fis:

De mol daarentegen verlaagt een toon met één pianotoets (dus met één stap). Dit is het teken:

Als we dus een mol voor de toon E zetten, komen we uit op de zwarte toets direct eronder en noemen we die es. En als we naar de toon onder de B willen, zetten we er gewoon een mol voor en krijgen we de toon bes (in het Engels ‘B flat’):

Het volledige muzikale alfabet bestaat dus uit 12 tonen: 7 witte toetsen van C tot B en 5 zwarte toetsen, die met een kruis of met een mol worden benoemd.

Enharmonische gelijkheid
Dat één toon twee verschillende namen (of schrijfwijzen) kan hebben, komt door de manier waarop kruis en mol werken. Een kruis verhoogt elke toon met één stap, een mol verlaagt hem. Eén stap boven C ligt bijvoorbeeld cis, en één stap onder D ligt des – en toch komen we beide keren op dezelfde toets uit.
Als één en dezelfde klank op verschillende manieren geschreven kan worden, noemen we dat ‘enharmonisch gelijk’. Cis en des uit ons laatste voorbeeld zijn enharmonisch gelijk. Ook bes en ais zijn enharmonisch gelijk.
Het verschil tussen de mogelijke schrijfwijzen van een toon wordt later belangrijk, als we toonladders en akkoorden gaan bouwen. Voorlopig is het genoeg dat je ervan weet.
Het herstellingsteken
Het herstellingsteken (♮) is het derde voorteken. Zoals de naam al zegt, is het zijn taak om elk eerder kruis of elke eerdere mol op te heffen en de toon terug te brengen naar de witte (natuurlijke) toets. Dat is extra belangrijk omdat kruisen en mollen voor de hele maat gelden – met het herstellingsteken breng je de toon terug in zijn oorspronkelijke toestand.
Zo ziet het herstellingsteken eruit:

Voortekens staan altijd links van de nootkop:

Hele en halve tonen
De ‘halve toon’ is de kleinst mogelijke afstand op het pianoklavier: de afstand tussen twee tonen die direct naast elkaar liggen. De ‘hele toon’ daarentegen is gelijk aan twee halve tonen: de afstand tussen twee tonen waartussen precies één andere toon ligt. Deze begrippen zijn belangrijk, want je komt ze in de muziektheorie steeds weer tegen. Bijvoorbeeld: het muzikale alfabet bestaat uit 12 halve tonen. Het kruis verhoogt een toon met een halve toon. En de mol verlaagt hem met een halve toon.
Daarmee zijn we aan het einde van deel 3 van de reeks ‘Noten leren lezen’. Nu is het tijd om te oefenen! Ben je er klaar voor, ga dan verder met het laatste deel van deze reeks: De nootnamen!