Bijna alle leerlingen lopen ooit vast op maatsoorten. Vooral maatsoorten die op elkaar lijken, zoals 3/4 en 6/8, zorgen vaak voor verwarring. In deze les bekijken we daarom waarin deze en andere basismaatsoorten echt van elkaar verschillen. We bekijken wat ze zijn en hoe ze werken, en tot slot volgen er een paar voorbeelden.
Wat is dus het verschil tussen 3/4 en 6/8? Er zijn 2 belangrijke verschillen tussen 3/4 en 6/8: het aantal tellen in elke maat en de waarde van die tellen. In de 3/4-maat hebben we drie kwarttellen, in de 6/8-maat daarentegen twee tellen ter waarde van een gepunteerde kwartnoot.
Dat zijn de 2 doorslaggevende verschillen – maar omdat er nog meer te ontdekken valt, gaan we wat dieper.
Het verschil tussen 3/4 en 6/8 begrijpen
De verwarring tussen 3/4 en 6/8 komt meestal doordat beide maatsoorten 6 achtste noten per maat kunnen bevatten:

Dat betekent niet dat ze hetzelfde zijn. Zoals gezegd maken de tellen het doorslaggevende verschil. In de 3/4-maat hebben we in elke maat drie kwarttellen; dat betekent dat de beklemtoonde tel eens per 3 kwarttellen komt:

In de 6/8-maat hebben we in elke maat twee tellen ter waarde van een gepunteerde kwartnoot; dat betekent dat de beklemtoonde tel eens per 2 gepunteerde kwarttellen komt:

Het muzikale effect is dus totaal anders!
Let er ook op dat de notatie dit verschil duidelijk laat zien. De 6/8-maat bestaat uit twee groepen van 3 achtste noten, de 3/4-maat juist uit drie groepen van 2 achtste noten. Eén groep staat hier gelijk aan één tel.

Let op: een ritme in de 3/4-maat zoals hierboven wordt vaak geschreven met één balk over alle zes achtste noten. De notatieregels zeggen dat een balk meerdere tellen mag samennemen, zolang de eerste tel de sterkste van de groep is.

Terug naar het eigenlijke onderwerp: dat verhaal van de tellen en de beklemtoonde tellen (de accenten) is belangrijk, en het is de reden waarom 3/4 en 6/8 voor verschillende doelen worden gebruikt. De 3/4-maat heeft drie tellen (en is daarmee een zogenoemde driedelige maat), terwijl de 6/8-maat er twee heeft (en daarmee een tweedelige maat is).
Nog belangrijker: de kwarttellen in de 3/4-maat laten zich heel natuurlijk in tweeën delen, en dat maakt haar tot een zogenoemde enkelvoudige maatsoort. Omdat de tellen in de 6/8-maat gepunteerde kwartnoten zijn, laten die zich juist heel natuurlijk in drieën delen, en dat maakt haar tot een samengestelde maatsoort.
Ook al kunnen 3/4 en 6/8 dus in elke maat evenveel achtste noten bevatten, het muzikale effect is totaal anders!
Laten we die verschillen bekijken aan de hand van een paar echte voorbeelden.
Voorbeelden van de 3/4-maat
Ook al is ze niet zo gangbaar als de 4/4-maat, je hoort de 3/4-maat toch heel vaak, want ze komt in allerlei genres voor. Een van de bekendste toepassingen is waarschijnlijk de wals, met zijn ‘hoem – pa – pa’-begeleiding die de tellen 1 – 2 – 3 duidelijk markeert. Hier is een fragment uit Sjostakovitsj’ Wals nr. 2 uit de Suite voor variété-orkest (vaak Jazzsuite nr. 2 genoemd):

Een ander bekend voorbeeld van de 3/4-maat is het menuet, dat in symfonieën later werd vervangen door het scherzo (dat de 3/4-maat wel behield). Hier is het eerste deel van een menuet van een nog heel jonge Mozart.

Een paar honderd jaar later in de muziekgeschiedenis: hier is een fragment van het begin van ‘My Favorite Things’ uit ‘The Sound of Music’. Nog een heel duidelijk voorbeeld van de 3/4-maat:

Natuurlijk zijn niet alle ritmes zo duidelijk. Luister bij twijfel goed naar de begeleiding van een melodie – daar zitten meestal de aanwijzingen. Hier is een deel van het refrein van Tom Jones’ hit Delilah uit 1968:

En tot slot nog ‘Bluesette’ – een prachtige jazzklassieker die Toots Thielemans in 1961 componeerde.

Voorbeelden van de 6/8-maat
Dan nu een paar voorbeelden in de 6/8-maat – en we beginnen met een van mijn absolute lievelingsmelodieën. Hier is een deel van ‘Het oude kasteel’ uit Moesorgski’s ‘Schilderijen van een tentoonstelling’. Dit voorbeeld is geweldig, omdat het ons tegelijk 3 verschillende ritmes in de 6/8-maat laat zien.

Het volgende voorbeeld is ook een geweldig nummer. Het is een van de grootste successen van de band Queen.

Daarna een voorbeeld uit 1784. Dit is het begin van het klassieke Franse lied Plaisir d’amour van de componist Jean-Paul-Égide Martini. De 6/8-maat draagt hier veel bij aan het romantische karakter van de melodie.

En tot slot werpen we een blik op het kinderliedje ‘Pop! Goes the Weasel’. Het 6/8-ritme geeft de melodie een ‘huppelend’, swingend karakter.

Hoe je maatsoorten herkent
Als je tot hier goed hebt meegelezen, is het je waarschijnlijk opgevallen dat ik maatsoorten op twee manieren heb beschreven:
- Naar het aantal tellen in elke maat: 2 tellen per maat (tweedelige maat), 3 tellen per maat (driedelige maat) of 4 tellen per maat (vierdelige maat). Precies dat geeft het bovenste getal van de maatsoortaanduiding aan.
- En naar de vraag of de tellen zich natuurlijk in 2 laten delen (enkelvoudige maatsoorten) of natuurlijk in 3 (samengestelde maatsoorten). Dat hangt af van het onderste getal van de maatsoortaanduiding.
Deze 2 criteria samen heb je nodig om de verschillen tussen de basismaatsoorten te herkennen. Zoek uit of een maatsoort twee-, drie- of vierdelig is, EN zoek uit of ze enkelvoudig of samengesteld is.
We hebben bijvoorbeeld gezien dat de 3/4-maat een enkelvoudige driedelige maat is: ze bestaat in elke maat uit drie kwarttellen. Ze is driedelig omdat ze 3 tellen per maat heeft, en ze is enkelvoudig omdat elk van die tellen zich natuurlijk in 2 delen laat verdelen. En dat komt doordat elke kwarttel zich natuurlijk in twee achtste noten laat verdelen.
We hebben ook gezien dat de 6/8-maat een samengestelde tweedelige maat is: ze bestaat in elke maat uit twee tellen ter waarde van een gepunteerde kwartnoot. Ze is tweedelig omdat ze 2 tellen per maat heeft, en ze is samengesteld omdat elk van die tellen zich natuurlijk in 3 delen laat verdelen. En dat komt doordat elke gepunteerde kwartnoot zich natuurlijk in drie achtste noten laat verdelen.
Zo kunnen we elke basismaatsoort indelen en zien waarin ze verschilt van alle andere of erop lijkt. Laten we nog een paar andere basismaatsoorten bekijken.
Wat is het verschil tussen de 4/4- en de 2/2-maat?
Dat is ook een veelgestelde vraag, en ze lijkt op de verwarring tussen 3/4 en 6/8. De maatsoorten 4/4 en 2/2 kunnen evenveel halve noten en/of kwartnoten bevatten – waarom dan het onderscheid?

Het verschil tussen 4/4 en 2/2 zit in het aantal tellen in elke maat en in de beklemtoonde tellen (de accenten). In de 2/2-maat hebben we twee halve-noottellen (en zoals gewoonlijk is de eerste sterker), zodat er een cyclus ontstaat van ‘één – twee, één – twee’:

Het is een cyclus van 2 tellen: een sterke en een zwakke.
In de 4/4-maat hebben we vier kwarttellen en daarmee een doorlopende cyclus van ‘één – twee – drie – vier, één – twee – drie – vier’. Bovendien is de sterkte van de tellen zo verdeeld: het sterkst, zwak, sterk, het zwakst.

Wat 4/4 en 2/2 gemeen hebben, is dat ze allebei enkelvoudige maatsoorten zijn. Zoals we net geleerd hebben, zijn enkelvoudige maatsoorten maatsoorten waarvan de tellen zich natuurlijk in twee gelijke delen (dus twee helften) laten verdelen. Elke kwarttel in de 4/4-maat laat zich in twee achtste noten verdelen:

De 2/2-maat is een enkelvoudige maatsoort, omdat ook haar tellen zich in tweeën laten verdelen. In dit geval zijn de tellen halve noten, en elk daarvan laat zich natuurlijk in twee kwartnoten verdelen:

De 4/4-maat is dus een enkelvoudige vierdelige maat, omdat ze uit vier kwarttellen bestaat (met een 1 – 2 – 3 – 4, 1 – 2 – 3 – 4 -gevoel), en de 2/2-maat is een enkelvoudige tweedelige maat, omdat ze uit twee halve-noottellen bestaat (met een 1 – 2, 1 – 2 -gevoel).
Wat is het verschil tussen de 2/4- en de 4/4-maat?
Om dezelfde reden als hiervoor bestaat het verschil tussen 2/4 en 4/4 erin dat de 2/4-maat een enkelvoudige tweedelige maat is, terwijl de 4/4-maat een enkelvoudige vierdelige maat is. De 2/4-maat heeft vaak dat duidelijke ‘1 – 2, 1 – 2’-gevoel dat bijvoorbeeld typisch is voor marsen. Ritmes in de 4/4-maat bestaan juist meestal uit langere melodische en ritmische patronen.

Toch is het verschil tussen deze twee maatsoorten soms vaag. Er zijn talloze voorbeelden waarbij je de muziek in de andere maatsoort kunt herschrijven zonder dat er iets verandert. Bedenk dat maatsoorten ons moeten helpen om muziek op papier te zetten en het noten lezen makkelijker te maken. Waar het om gaat, is de klank zelf – daarom weten ervaren musici hoe ze het juiste karakter van de muziek naar voren halen, in welke maatsoort die ook genoteerd is.
Wat is het verschil tussen 6/8 en 12/8?
Net als bij de 2/4- en de 4/4-maat zijn er ook tussen 6/8 en 12/8 verschillen en overeenkomsten. De 6/8-maat hebben we al een paar keer bekeken: de 6/8-maat is een samengestelde tweedelige maat, maar hoe zit het met de 12/8-maat?
De 12/8-maat is een samengestelde vierdelige maat. Ze is vierdelig omdat ze in elke maat 4 tellen heeft. Ze is samengesteld omdat haar tellen gepunteerde kwartnoten zijn, die zich daardoor natuurlijk in drie delen laten verdelen.

Omdat het een samengestelde vierdelige maat is, zijn de maten in de 12/8-maat vergeleken met andere maatsoorten vrij lang. Daarom wordt de 12/8-maat meestal gebruikt voor langere melodische en ritmische patronen. Maar net als bij 2/4 en 4/4 is het verschil tussen 6/8 en 12/8 soms niet eenduidig.
Hier is het Lacrimosa uit Mozarts Requiem. Het is een van de beroemdste muziekstukken in de 12/8-maat. Kennelijk koos de componist voor de 12/8-maat omdat de prachtige lange melodie erom vraagt. Let erop dat er ook een patroon is – de tweede maat is een herhaling van de eerste (alleen de tekst verandert).

Wat als ditzelfde fragment in de 6/8-maat genoteerd was? Zou dat helemaal fout zijn?

Ik zou zeggen: ook al is ze niet ideaal, deze notatie is helemaal niet zo slecht. Het patroon is nog steeds goed te herkennen, met al zijn nuances en zijn prachtige golfbeweging. Zoals gezegd weten ervaren musici wat ze met de muziek moeten doen, zolang ze maar duidelijk genoeg genoteerd is.
En deze kwestie van notatie brengt ons bij de laatste twee paren maatsoorten van deze les.
Wat is het verschil tussen de 2/2- en de 2/4-maat?
We hebben eerder geleerd dat we, om het verschil tussen basismaatsoorten te herkennen, alleen hoeven uit te zoeken of ze enkelvoudig of samengesteld zijn EN of het een twee-, drie- of vierdelige maat is.
Laten we beginnen met de 2/4-maat. Zoals we gezien hebben, bestaat die uit twee kwarttellen per maat, en dat maakt haar tot een enkelvoudige tweedelige maat. Ze is tweedelig omdat ze in elke maat 2 tellen heeft, en ze is enkelvoudig omdat elk van die twee tellen zich natuurlijk in twee helften laat verdelen:

En de 2/2-maat? Die hebben we ook al gezien. Ze bestaat uit twee halve-noottellen per maat, en dat maakt haar ook tot een enkelvoudige tweedelige maat! Ze is tweedelig omdat ze in elke maat 2 tellen heeft, en ze is enkelvoudig omdat elk van die twee tellen zich natuurlijk in twee helften laat verdelen:

Waarom dan het onderscheid, als ze allebei enkelvoudige tweedelige maten zijn?
Heel vaak is het verschil tussen de twee gewoon een kwestie van leesbaarheid van de notatie. Stel dat we dit ritme in de 2/4-maat hebben:

Omdat het vol kleine nootwaarden zit (achtste noten, zestiende noten en nog kleinere), wordt het leesbaarder als je alle nootwaarden verdubbelt. Daardoor wordt de 2/4-maat een 2/2-maat, die makkelijker te lezen is. Want het dubbele van ‘2 kwartnoten in elke maat’ is ‘2 halve noten in elke maat’ (je verdubbelt de waarde van de tellen, NIET hun aantal).

Als we in het juiste tempo spelen, klinken deze twee ritmes precies hetzelfde.
Samenvatting
Het geheim om een basismaatsoort te herkennen bestaat uit twee stappen: zoek ten eerste uit of ze enkelvoudig of samengesteld is. Vraag je ten tweede af of het een twee-, drie- of vierdelige maat is.
Als maatsoorten dezelfde beschrijving hebben – 2/2 en 2/4 zijn bijvoorbeeld allebei enkelvoudige tweedelige maten –, dan gaat het erom de notatie makkelijker leesbaar te maken. Bedenk dat het notenschrift een systeem is om via symbolen te communiceren. Musiceren verloopt daarom des te soepeler naarmate die symbolen duidelijker te begrijpen zijn.
Veelgestelde vragen
Kan een maat meer dan 4 tellen hebben? Ja, natuurlijk. In deze les hebben we twee-, drie- en vierdelige maten (2, 3 en 4 tellen per maat) genoemd, omdat dat de basismaatsoorten zijn. MAAR een maat kan zoveel tellen hebben als we nodig hebben. Die maatsoorten hebben andere benamingen. De meest voorkomende daarvan is waarschijnlijk de vijfdelige maat: vijf tellen in elke maat.
Bestaan er naast enkelvoudige en samengestelde nog andere soorten maatsoorten? Ja, er zijn veel verschillende soorten. De meeste muziekgenres gebruiken nog steeds enkelvoudige en samengestelde maatsoorten, maar er zijn er nog meer, bijvoorbeeld complexe, onregelmatige, irrationele, additieve en samengevoegde maatsoorten. Die zijn al wat gevorderder, dus ik zou je aanraden daar nog even mee te wachten als je net begint.